On things and thinking:

design and
nature

How shall we interpret and design landscape/nature/world to meet the great challenges posed by climate change?
How will we create new ways of thinking for a sustainable society?

On things and thinking: design and nature provides a platform for polyphony, complementarity and crossover. Scientists, designers, artists, writers and philosophers present stories and future models in which the complexity of landscape/nature/world is (re)discovered.

Hoe zullen we landschap/natuur/wereld denken en vormgeven om tegemoet te komen aan de grote uitdagingen die de klimaatproblematiek stelt?
Hoe creëren we nieuwe denkkaders voor een duurzaam samenleven?

On things and thinking: design and nature biedt ruimte aan meerstemmigheid, complementariteit en crossover. Wetenschappers, ontwerpers, kunstenaars, schrijvers en filosofen brengen verhalen en toekomstmodellen waarin de complexiteit van landschap/natuur/wereld wordt (her)ontdekt.

Vuurzwamveervleugelkevers

05/10/2021
© J. Robben

 

Vuurzwam

     veervleugel

kevers

 

In het boek The Mushroom at the End of the World. On the Possibility of Life in Capitalist Ruins, waarin de matsutakepaddenstoel een mooi voorbeeld is van leven opgevat als relaties tussen soorten, wijst de Amerikaanse antropoloog Anna Lowenhaupt Tsing nadrukkelijk op de behoefte aan verhalen: ‘verstrengelingen tussen soorten, wat ooit het onderwerp leek voor fabels, zijn nu stof voor serieuze discussie onder biologen en ecologen, die laten zien hoe het leven een samenspel van vele soorten wezens vereist. […] De tijd is gekomen voor nieuwe manieren om waargebeurde verhalen te vertellen […] zulke verhalen zouden tegelijk waar en fabelachtig kunnen zijn.’[1] Aandachtig luisteren naar de dingen en hun verhaal vertellen kan bijdragen tot inzichten die we nodig hebben.[2]

Een dergelijke houding herkent Tsing onder meer bij de kunstenaar John Cage.[3] In de tekst Music Lovers’ Field Companion beschrijft Cage zijn ‘luisteren’: ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat men veel over muziek kan leren door zich aan de paddenstoel te wijden. […] Om te beginnen stel ik voor te bepalen welke geluiden de groei van welke paddenstoelen bevorderen; of deze laatste inderdaad zelf geluiden maken; of de plaatjes van bepaalde paddenstoelen door geschikte kleinvleugelige insecten worden gebruikt voor de productie van pizzicati en de buizen van de Boleti door minuscule ingravende insecten als blaasinstrumenten; of de sporen, die in grootte en vorm buitengewoon verscheiden en in aantal ontelbaar zijn, bij het neerkomen op de aarde geen gamelan-achtige sonoriteiten voortbrengen; en ten slotte, of al deze ondernemende activiteit, waarvan ik vermoed dat ze op een verfijnde manier bestaat, niet met technologische middelen versterkt en uitvergroot in onze theaters zou kunnen worden gebracht, met als nettoresultaat dat onze opvoeringen interessanter worden.’[4]

 

Lut Pil

 

Het hier opgenomen tekstfragment is ontleend aan een interview van Michel Dewilde met Lut Pil, ‘Intrigerende medespelers’, in Kunst en openbaarheid?, Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2021, pp. 34-35.
[1] Anna Lowenhaupt Tsing, The Mushroom at the End of the World. On the Possibility of Life in Capitalist Ruins, Princeton-Oxford, 2015: VII-VIII.
[2] Tsing, 2015: 37.
[3] Tsing, 2015: 46.
[4] John Cage, ‘Music Lovers’ Field Companion’ (1954), in: John Cage, Silence. Lectures and Writings, Middletown, 1973: 274-275.
Foto: Vuurzwamveervleugelkevers (Baranowskiella ehnstromi) in de poriën van een vuurzwam. De kever behoort tot de kleinste kevers ter wereld en is minder dan 0,5 mm lang (Mikael Sörensson,’Morphological and taxonomical novelties in the world’s smallest beetles, and the first Old World record of Nanosellini (Coleoptera: Ptiliidae)’, in Systematic Entomology, 22, 1997: 257-283).